Dikke darmkanker

Dikke darmkanker (colonkanker)

Dikke darmkanker of colonkanker is een kwaadaardig gezwel dat ontstaat in het slijmvlies van de dikke darm.

Dikke darmkanker is de derde meest voorkomende kanker, na borst –en prostaatkanker. Dagelijks overlijden 8 mensen in België tgv darmkanker. 

Wat is de dikke darm?

De dikke darm is een orgaan dat behoort tot het spijsverteringsstelsel. De dikke darm ontvangt de onverteerde voedselresten, nadat alle nuttige voedingstoffen door de dunne darm werden opgenomen.

De lengte van de dikke darm bedraagt gemiddeld 1,6 meter, heeft een diameter van 5 tot 8 cm en een totale oppervlakte van 3300 cm².

De dikke darm wordt anatomisch opgesplitst in verschillende segmenten: het opstijgende deel van de dikke darm (colon ascendens), is gelegen aan de rechter zijde. Aan de basis van de dikke darm bevindt zich de blinde darm of appendix. Het dwarslopende deel van de dikke darm (colon transversum) verloopt horizontaal van rechts naar links en gaat over in het dalende deel van de dikke darm of colon descendens. Vervolgens maakt de dikke darm een bocht (colon sigmoiedeum) om over te gaan in de endeldarm of rectum. Deze laatste 15 cm dikke darm verloopt in het kleine bekken en eindigt thv de aars. 

 

 

 

<table">

Structureel bestaat de dikke darm uit een slijmvlies, waarbij de slijmvliescellen georiënteerd zijn in de vorm van een proefbuisje: dit wordt een crypte genoemd. Elke crypte bevat ongeveer 1725 tot 2530 cellen. Op de bodem van de crypte vinden we een tiental stamcellen terug. Deze stamcellen kunnen celdeling ondergaan en zich omvormen tot  gespecialiseerde cellen (differentiatie). Het slijmvlies van de dikke darm is opgebouwd uit 15 miljoen crypten, die in totaal 30 miljard cellen bevatten, waarvan 200 miljoen stamcellen.

 

 

De binnenste laag van de dikke darm bestaat uit het slijmvlies (mucosa)dat ondersteund wordt door een  minuscuul spierlaagje (muscularis mucosae). Daaronder bevindt zich een bindweefsellaag met bloed-en lymfevaten (submucosa). Het geheel is omgeven door een spierrok (muscularis propria). Aanleunend aan de dikkedarm liggen de grote bloedvaten (aders en slagaders), de lymfebanen, lymfeklieren en de zenuwen, ingebed in vetweefsel en omringd door een dun vlies: dit wordt het mesocolon genoemd. Het vrije deel van de dikke darm is omgeven door een dun vlies (serosa).                                                                                              

De voornaamste functie van de dikke darm is de opname van water en mineralen uit de  vloeibare brei, afkomstig van de dunne darm. Deze absorbtiefunctie gebeurt vooral in het opstijgend deel van de dikke darm. Een tweede functie van de dikke darm is het verplaatsen van de stoelgang richting aars (propulsie). En ten slotte bevat de dikke darm miljarden microben die de onverteerde voedselresten verder afbreken. De endeldarm speelt samen met de aars een belangrijke rol in het defecatiemechanisme.

Hoe onstaat dikke darm kanker?

Dikke darmkanker ontstaat in de cellen van het slijmvlies van de dikke darm.

 

De cellen van het slijmvlies zijn georiënteerd in de vorm van een proefbuisje: dit wordt een crypte genoemd. Elke crypte bevat ongeveer 1725 tot 2530 cellen. Op de bodem van de crypte vinden we een tiental stamcellen terug. Deze stamcellen kunnen celdeling ondergaan en zich omvormen tot gespecialiseerde cellen (differentiatie). Het slijmvlies van de dikke darm is opgebouwd uit 15 miljoen crypten, die in totaal 30 miljard cellen bevatten, waarvan 200 miljoen stamcellen. 

 

De celdeling is noodzakelijk om de afgestorven cellen van het slijmvlies te vervangen. Het is een zeer ingewikkeld chemisch proces dat gestoord kan worden door allerlei chemische, fysische en biologische factoren. Wanneer fouten ontstaan bij de celdeling (mutaties) tgv de blootstelling aan deze schadelijke factoren zal de celdeling ontsporen en ontstaat een kankercel, die sneller en ongekontroleerd zal delen. Deze ontregelde kankercellen zullen zich ophopen tussen de normale cellen en zo ontstaat een gezwel.



 

Het ontstaan van dikke darmkanker is een meerstappenproces. Één mutatie is meestal onvoldoende voor het ontstaan van een kankercel. Meerdere opeenvolgende mutaties zijn nodig voor het ontstaan van een invasieve kanker.

Hoe ouder we worden hoe meer mutaties we opstapelen, hoe groter de kans op het ontstaan van kwaadaardige cellen. Het aantal dikke darmkankers neemt gestaag toe vanaf de leeftijd van 50 jaar.

 

 

Deze mutaties van de normale cellen van het slijmvlies van de dikke darm kunnen ontstaan door blootstelling aan kankerverwekkende factoren. Deze kankerverwekkende stoffen (of carcinogenen) komen voor in onze dagelijks geconsumeerde voeding of ontstaan bij de bereiding van het voedsel.  Zo bestaat er een duidelijk verband tussen de consumptie van bereide vleeswaren (gerookt, gezouten, toevoeging van nitrieten) en het ontstaan van darmkanker. Het risico neemt toe met de dagelijks geconsumeerde hoeveelheid. Ook rood vlees (rund, varken, lam) bevat een kankerverwekkende stof (haem molecule).  Bij het bereiden van vlees op hoge temperaturen ontstaan kankerverwekkende stoffen. De relatie tussen de consumptie van rood vlees en het ontstaan van darmkanker is niet duidelijk bewezen!

Tabaksrook bevat 4000 kankerverwekkende stoffen! Ook hier bestaat er een verband tussen roken en het ontstaan van darmkanker.

5% van alle darmkankers hebben een erfelijke oorzaak: de mutatie(s) die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van dikke darmkanker worden overgedragen van ouder op kind. Typisch voor deze erfelijke vormen van dikke darmkanker is dat ze op jongere leeftijd voorkomen (voor de leeftijd van 50 jaar) en dat meerdere naaste familieleden darmkanker kunnen hebben.

Dikke darmkanker ontstaat in 99% uitgaande van darmpoliepen. Deze poliepen zijn goedaardige gezwellen van de dikke darm, waarvan de cellen één of meerdere mutaties hebben ondergaan. Er bestaan verschillende soorten poliepen van de dikke darm: de hyperplastische  poliepen en de adenomateuze poliepen. Deze laatste kunnen kwaadaardig worden. Ongeveer twee-derde van alle poliepen van de dikkedarm zijn adenomateuze poliepen (adenoma). Ongeveer 5% van de adenoma evolueert naar een kwaadaardig gezwel. Hoe groter een poliep, hoe groter de kans op kwaadaardige ontaarding.  Poliepen zijn dus de voorbode van een kwaadaardig gezwel. Vandaar het belang van deze poliepen vroegtijdig op te sporen, te verwijderen en microscopisch te onderzoeken. Op de leeftijd van 50 jaar zou ongeveer 15 tot 20 % van de bevolking een adenomateuze poliep hebben.

Studies hebben aangetoond dat het verwijderen van alle adenomateuze poliepen uit de dikke darm het aantal dikke darmtumoren doet dalen. 

 

Opeenvolgende mutaties in de evolutie van normaal dikke darmslijmvlies naar een poliep en tenslotte naar een kwaadaardige dikke darmtumor. Dit meerstappenproces duurt ruim 10 jaar.  

 

Welke klachten bij dikke darmkanker?

De klachten van  dikke darmkanker zijn afhankelijk van de plaats waar het gezwel zich bevindt. Gezwellen die aan de rechter zijde gelegen zijn geven zelden specifieke klachten. De meest voorkomende klacht is vermoeidheid tgv bloedarmoede, te wijten aan het chronisch bloedverlies uitgaande van het gezwel.  Naarmate de gezwellen dichter bij de aars gelegen zijn, kan een gewijzigd stoelgangpatroon  voorkomen met afwisselend diarree en verstopping. 

 

Aanwezigheid van bloed en slijm in de stoelgang komt frequent voor. Krampen, winderigheid en opzetting van de buik zijn alarmsignalen die kunnen wijzen op een gevorderd gezwel.        

Deze klachten zijn niet specifiek voor darmkanker en kunnen ook door andere darmaandoeningen veroorzaakt  worden! Raadpleeg uw huisarts, die u zal doorverwijzen naar een maag –darmarts.

 

  

Welke onderzoeken bij vermoeden van dikke darmkanker?

Een ondervraging (anamnese) over het klachtenpatroon en de medische voorgeschiedenis.

Navragen over het voorkomen van darmkanker, poliepen of andere vormen van kanker bij rechtstreekse bloedverwanten (familiale anamnese).

Een lichamelijk onderzoek met specifieke aandacht voor de buik.

Een bloedafname met bijzondere aandacht voor bloedarmoede en bepaling van het CEA (tumormarker).

 

Totale colonoscopie (inwendig onderzoek van de dikke darm) met nemen van weefselstukjes (biopsie) van verdachte letsels en wegname van poliepen.

Pathologisch onderzoek van de weefselstalen zal defintief bevestigen of het al dan niet over een kwaadaardig gezwel gaat.

Bij bevestiging van de diagnose dikke darmkanker wordt een CAT-scan van de longen en buikholte uitgevoerd met bijzondere aandacht voor de lever. Deze onderzoeken tonen of er al dan niet uitzaaiingen aanwezig zijn.

 

 

Wat voorafgaat aan een operatieve behandeling van dikke darmkanker.

Informatiegesprek voor de operatie

Tijdens de raadpleging krijgt de patiënt, waarbij de diagnose darmkanker werd gesteld, uitleg ivm het behandelingsplan. Tijdens dit gesprek wordt uitleg gegeven over het type operatie: kijkoperatie of conventionele ingreep. Bij een kijkoperatie wordt minimaal invasief gewerkt via kleine incisies, bij een conventionele operatie wordt de buikholte geopend. Er zal steeds geopteerd worden voor een kijkoperatie voor zover dit technisch haalbaar is. Obesitas, doorgemaakte buikoperaties, complexe aandoeningen en ernstige chronische hart –of longziekten kunnen een tegenindicatie zijn voor een kijkoperatie

Sommige patiënten komen in aanmerking voor het ERAS protocol. ERAS staat voor “snel herstel na een operatie”. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een minimaal invasieve heelkunde (kijkoperatie), optimale bestrijding van pijn en misselijkheid, bedrust beperken tot een minimum en snel hernemen van de voeding. De preoperatieve selectie voor het ERAS protocol gebeurt in overleg met de patiënt, de chirurg en de anesthesist.

 

 

Patiënten waarvoor een preoperatieve darmvoorbereiding noodzakelijk is,  krijgen hierover de nodige uitleg en voorschriften. Darmvoorbereiding is een procedure die als doelstelling heeft de darminhoud te verwijderen, zodat u met propere darmen kunt geopereerd worden. De prodecure bestaat uit het drinken van 2 liter Moviprep°, gevolgd door één of meerdere flessen niet bruisend water. Het drinken van koffie en thee is toegelaten, alsook het drinken van energierijke drankjes (Nutricia preOp° drankjes). De darmvoorbereiding stopt om middernacht, het drinken van twee Nutricia preOp° drankjes is toegelaten tot 2 uur voor de operatie.  Darmvoorbereiding kan ook thuis gebeuren, waardoor u een hospitalisatiedag uitspaart.

 

 

Hoewel complicaties na een dikkedarmoperatie zelden voorkomen worden ze besproken. Mogelijke complicaties na een dikke darmoperatie zijn postoperatieve bloeding, wondinfectie, darmverlamming, naadlekkage, longontsteking, blaasontsteking, klontervorming in de aders van de benen en longslagaders (longembool). Door het nemen van de nodige voorzorgsmaatregelen tijdens en na de operatie komen deze complicaties in minder dan 1% van de operaties voor.  

 

 

Uitleg wordt gegeven over de postoperatieve zorgen na de dikke darmoperatie (pijnstilling, infusen, catheters, voeding en wondzorgen). De te verwachten verblijfsduur na de dikke darmoperatie is afhankelijk van het type operatie, de sociale status van de patiënt (alleenstaande, hulpbehoevend) en de postoperatieve evolutie. De nazorgen bij een dikke darmoperatie zijn meestal beperkt tot het toedienen van een bloedverdunner en lokale wondzorgen zo nodig. U krijgt tevens de nodige dieetinstructies mee.

 

Er wordt gevraagd naar de sociale status van de patiënt om de nodige opvang en ondersteuning na de operatie te voorzien (thuisverpleging, maaltijden, revalidatiecentrum). Hiervoor wordt de medisch maatschappelijk werker ingeschakeld.

 

 

Uitleg wordt gegeven over de levenskwaliteit na een dikkedarmoperatie, de eventuele nabehandeling en de opvolging.

Op het einde van de raadpleging wordt u gevraagd een informed consent (toestemmingsformulier) te ondertekenen samen met de arts. 

 

 

 

Het digestief oncologisch team van het AZ Sint Jan Oostende

 

Van links naar rechts:

Mevr Ansje Tallon

medisch sociaal werker

059/55.53.87

 

Mevr Sarah Vanhulle

diëtiste

059/40.20.95

 

Mevr Liesbeth Claus

psychologe

059/40.20.78

 

Mevr Marie-France Dehant

digestieve oncologisch verpleegkundige en stomaverpleegkundige

059/40.20.63

 

Inschatten van het operatierisico

De heelkundige behandeling van dikke darmtumoren gebeurt steeds onder algehele narcose. De hoge leeftijd van veel patiënten gaat dikwijls gepaard met chronische aandoeningen (comorbiditeit) die het verloop van de narcose kunnen beïnvloeden. Daarom gebeurt een preoperatief nazicht om het operatierisico in te schatten. Deze preoperatieve onderzoeken omvatten een uitgebreid hartonderzoek bij de hartspecialist en indien nodig een longfunktie-onderzoek bij de longarts.

Jonge, gezonde patiënten hoeven geen uitgebreid hart –en longnazicht te krijgen:  een ECG in rust en een routine bloedafname volstaan. Dit kan bij de huisarts gebeuren. 

Patiënten die in aanmerking komen voor het ERAS protocol worden vooraf gezien door de anesthesist.                                                                      

 

 

 

Welke operatieve behandeling van dikke darmkanker?

De operatieve behandeling van een dikke darmtumor bestaat uit het verwijderen van het darmsegment met de tumor, samen met het aanliggende vetweefsel dat de bloedvaten,  lymfebanen en de lymfeklieren bevat (mesocolon genoemd). Er wordt voldoende normale dikkedarm boven en onder het gezwel verwijderd en het mesocolon wordt volledig verwijderd. Nadien wordt de darmcontinuiteit hersteld dmv een verbinding tussen de twee open darmsegmenten. Deze verbinding noemen we een anastomose. De anastomose kan met nietjes (staplers) worden uitgevoerd of met hechtingen (manuele anastomose).

Bij een rechtszijdig gelegen dikke darmtumor wordt een rechter hemicolectomie uitgevoerd. De darmcontinuiteit wordt gemaakt tussen de dunne darm en het dwarslopende colon. Na een rechter hemicolectomie is de stoelgang meestal slapper door het verlies van de absorbtiecapaciteit van water en mineralen van het stijgend deel van de dikkedarm.

 

Een gezwel gelegen in de dwarslopende dikkedarm of colon transversum wordt operatief behandeld met een colon transversumresectie. De darmcontinuiteit wordt hersteld tussen de twee vrij stukken dikkedarm. De overliggende vetschort (omentum) dient meestal samen met het colon transversum verwijderd te worden.                                                                

 

 

 


Een tumor gelegen in het dalend segment van de dikke darm (colon descendens) wordt operatief behandeld met een linker hemicolectomie. De darmcontinuiteit wordt hersteld door een anastomose tussen colon transversum en endeldarm. Om de twee vrije stukken dikkedarm met elkaar te verbinden moet de dikkedarm losgemaakt worden van de onderzijde van de milt. Een miltscheur kan hierbij optreden, waarbij het soms noodzakelijk is de milt te verwijderen. Gelukkig komt deze complicatie zelden voor. 

 

 

Wanneer het gezwel hoog in het colon descendens is gelegen wordt een deel van het colon transversum en descendens verwijderd. Ook hierbij dient de milthoek te worden gemobiliseerd.                                                              

 

 

 

 

Een tumor van het bochtige deel van de dikke darm of sigmoiedcolon wordt operatief behandeld met een rectosigmoiedresectie, waarbij het sigmoiedcolon en het bovenste deel van de endeldarm worden verwijderd. De verbinding wordt gemaakt tussen het dalende deel van de dikke darm en de endeldarm.

 


Sommige dikke darmgezwellen groeien buiten de darmwand en zijn gefixeerd of doorgegroeid in aanliggende strukturen zoals de blaas, de eierstok of baarmoeder, de dunne darm, de vetschort (omentum) of buikwand. In deze gevorderde darmtumoren wordt het segment dikkedarm samen (en bloc) met het aangetaste orgaan verwijderd. Deze operaties zijn veel uitgebreider dan de klassieke hemicolectomies.

Bij dikke darmoperaties wordt altijd gestreefd naar een herstel van de darmcontinuiteit. In bepaalde omstandigheden (bijv slechte doorbloeding van de darm, buikvliesontsteking, slechte kwaliteit van de darmwand, grote hoeveelheid stoelgang in de dikke darm) wordt een tijdelijk stoma aangelegd om zo de “risico-anastomose” te beschermen en te laten helen zonder stoelgangpassage. Dit noemt men een protectief stoma, dat meestal na een zestal weken wordt gesloten. Een blijvend stoma na dikke darmoperatie voor kanker is zeer zeldzaam!

 

 

Tegenwoordig worden de dikke darmoperaties uitgevoerd met een kijkoperatie. Deze operatietechniek heeft een aantal voordelen: minder littekens, sneller herstel en minder pijnlijk. Ook de oncologische resultaten zijn evenwaardig aan de klassieke open operatietechniek. Er zijn hierover wereldwijd heel wat wetenschappelijke bewijzen voor geleverd.

Kijkoperaties voor dikke darmkanker zijn echter niet altijd mogelijk: extreme  zwaarlijvigheid, vergroeiingen door voorgaande operaties, gevorderde gezwellen zijn dikwijls een oorzaak om een kijkoperatie om te zetten naar een open operatie.  

 

 

  

Wat na de operatie voor dikke darmkanker?

Het verwijderde stuk dikke darm met het aanliggende vetweefsel (mesocolon) wordt zorgvuldig onderzocht door de patholoog-anatoom waarbij de aard van de tumor, de penetratiediepte van de tumor in de wand van de dikke darm en de al dan niet aanwezigheid van uitzaaiingen (metastasen) in de lymfeklieren, bloedvaten of zenuwen. Aan de hand van het pathologisch rapport wordt een pathologisch tumorstadium toegekend.

Bij uitgezaaide dikke darmtumoren gebeurt ook een genetische test op het tumorweefsel waarbij afwijkingen in het DNA (=mutatie) van de RAS-genen wordt opgespoord. Deze informatie is belangrijk voor de selectie van patiënten met uitzaaiingen die in aanmerking komen voor doelgerichte behandelingen. Ongeveer de helft van patiënten met uitgezaaide darmkanker heeft één of meerdere mutaties in RAS-genen.

 


 

Pathologisch tumorstadium

 

pTis: tumorinvasie beperkt tot het slijmvlies (in situ)

pT1: tumorinvasie in de submucosa

pT2: tumorinvasie tot in de spierrok (muscularis propria)

pT3: tumorinvasie doorheen de spierrok en binnen de serosa

pT4: tumor groeit doorheen de serosa, al dan niet in een aanliggend orgaan

 

N0: geen uitzaaiingen in de lymfeklieren

N1: 3 of minder uitzaaiingen in de lymfeklieren

N2: 4 of meer uitzaaiingen in de lymfeklieren

 

 

Kankercellen lijken min of meer op de cellen waaruit ze ontstaan zijn. De differentiatiegraad of tumorgradering van een tumor geeft aan hoe sterk de kankercellen afwijken van de gezonde cellen. De tumorgradering zegt iets over het biologisch gedrag van de tumorcellen: hoe slechter de differentiatiegraad, hoe agressiever hun gedrag en hoe minder goed de prognose.

Goed gedifferentieerde tumorcellen lijken sterk op de cellen waaruit ze ontstaan zijn. Deze tumoren groeien langzaam.

Matig gedifferentieerde tumorcellen lijken minder goed op de gezonde cellen en delen sneller.

Slecht gedifferentieerde tumorcellen gelijken weinig of niet meer op de gezonde cellen en delen ook veel sneller.

Ongedifferentieerde tumorcellen gelijken helemaal niet meer op de cellen waaruit ze zijn ontstaan. Deze cellen groeien zeer agressief. 

 

 

Prognose van dikke darmkanker

De prognose of ziektevrije overleving van dikke darmkanker  is afhankelijk van verschillende factoren: het geslacht, de leeftijd, de algemene toestand (WHO performantie), de aard van de tumor (de tumorbiologie) en het pathologisch tumorstadium.

De geobserveerde vijfjaarsoverleving  is de geschatte proportie van patiënten die nog in leven zijn 5 jaar na de diagnose van dikke darmkanker.  Voor de geobserveerde overleving worden alle sterfgevallen beschouwd, ongeacht of het overlijden veroorzaakt werd door dikke darmkanker of niet. 

De relatieve vijfjaarsoverleving is een schatting van het percentage patiënten dat vijf jaar na de diagnose van dikke darmkanker nog in leven is, indien colonkanker de enige mogelijke doodsoorzaak zou zijn. De term “relatief” wijst op het feit dat de overleving beschouwd wordt in vergelijking tot de algemene bevolking. De indicator wordt berekend als de verhouding van de overleving van patiënten met dikke darmkanker en de gemiddelde overleving in de algemene Vlaamse bevolking voor personen met dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht als de groep van dikke darmkankerpatiënten en voor hetzelfde kalenderjaar.

 

 

Nabehandeling bij dikke darmkanker

Patiënten met een gunstig pathologisch rapport (stadium 0, I en II) na de operatie dienen geen aanvullende behandeling te ondergaan. 

Patiënten met stadium III komen in aanmerking voor chemotherapie op basis van een combinatie van fluoropyrimidine en oxaliplatine of irrinotican. Dit is de eerstelijns chemotherapie.

Patiënten met een uitgezaaide dikke darmkanker zonder mutaties van de RAS-genen (RAS wildtype tumor) kan overwogen worden om de eerstelijns chemotherapie aan te vullen met een remmer van de Epidermal Growth Factor Receptor of EGFR  (cetuximab of panitumumab) of een Vascular Endothelial Growth Factor (VEGF) remmer (bevacizumab). Bij een RAS gemuteerde dikkedarmtumor kan de eerstelijns behandeling aangevuld worden met een VEGF remmer (bevacizumab).

Levermetastasen kunnen operatief verwijderd worden als adhv beeldvorming (CAT scan en MRI) een curatieve resectie technisch mogelijk is. Het gelijktijdig operatief wegnemen van de dikkedarmtumor en de levermetastase kan overwogen worden als de patiënt in goede conditie verkeert en als de gelijktijdige operatie technisch haalbaar is.  Dit wordt vooraf besproken op het multidisciplinair oncologisch overleg (MOC).

Wanneer de levermetastasen niet reseceerbaar zijn, komt de patiënt in aanmerking voor sysytemische chemotherapie. Voor levermetastasen die niet meer reageren op de systemische behandeling kunnen lokale behandelingen worden toegediend: radiofrequentie ablatie of RFA (lokaal wegbranden van de uitzaaiing), stereotactische radiotherapie (precisiebestraling) en radio-embolisatie (inspuiting van radioactieve bolletjes in de lever).

Bij longmetastasen kan een resectie overwogen worden wanneer dit de enige plaats van uitzaaiing is en wanneer de operatie curatief is. Dit komt zelden voor bij dikke darmkanker.

 

Bij uitzaaiingen in het buikvlies kan een cytoreductieve heelkunde (wegnemen van alle tumorweefsel in de buikholte), aangevuld met HIPEC (hypertherme intraperitoneale chemotherapie). Deze behandeling is enkel aangewezen bij patiënten in goede conditie, waarbij de uitzaaiingen beperkt zijn tot de buikholte en waarbij een volledige wegname van de letsels technisch haalbaar is.

 

 

Opvolging van dikke darmkanker

De opvolging (of follow-up) heeft als doel de lokale teruggroei (lokaal recidief), uitzaaiingen op afstand of  een nieuwe tumor in de dikke darm vroegtijdig op te sporen.

Deze opvolging gebeurt volgens een bepaald schema:

 

Bij patiënten die curatieve chirurgie ondergingen en bij wie preoperatief een volledige colonoscopie onmogelijk was, dient zo snel mogelijk en zeker niet later dan 6 maanden een volledige colonoscopie te worden verricht!

Van dit opvolgingsschema kan individueel worden afgeweken bij hoog risico tumoren of bij uitgezaaide tumoren. In plaats van echografie kan een CAT scan van de buik en of longen worden voorgesteld.

Na 5 jaar kan de opvolging gestaakt worden, maar dit is zeker geen verplichting!

 

Vroegtijdig opsporen van dikke darmkanker

Dikke darmkanker is een traag ontwikkelende ziekte. De tijdspanne waarin een goedaardige poliep evolueert naar een kwaadaardig gezwel bedraagt ongeveer 10 jaar. Deze periode verloopt zonder enige klachten. Ook mensen die reeds een kwaadaardig gezwel hebben vertonen meestal weinig of geen klachten. Een dikke darmtumor in het beginstadium heeft een uitstekende prognose (95% vijfjaarsoverleving). Daarom is een vroegtijdige opsporing zo belangrijk. Hoe eerder de diagnose wordt gesteld, hoe groter de kans op genezing!

 

De Vlaamse overheid startte in oktober 2013 met een bevolkingsonderzoek, waarbij alle mannen en vrouwen vanaf de leeftijd van 56 tot en met 74 jaar een uitnodiging krijgen om zich te laten testen op darmkanker. U krijgt een uitnodigingsbrief samen met een ontlastingstest en de nodige instructies. Na het uitvoeren van de test stuurt u het staal samen met het antwoordformulier in de bijgeleverde enveloppe naar het laboratorium. In het labo wordt het staal onderzocht op menselijk bloed dmv een immunochemische test (iFOB-test).

 

 

Vragen over het bevolkingsonderzoek?

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

www.bevolkingsonderzoek.be

 

 

 

Na twee weken krijgt u en uw huisarts de uitslag van de test. Indien er meer bloed aanwezig is dan normaal is de test positief. Bij een positieve iFOB-test dient een inwendig onderzoek van de dikke darm (colonoscopie) te gebeuren om een een gezwel aan te tonen of uit te sluiten. Naast dikke darmtumoren en poliepen bestaan er nog andere oorzaken van bloedverlies in de darm (inwendige aambeien, ontsteking van de dikke darm,…). 

Bij een negatieve test zal u na 2 jaar een nieuwe iFOB-test krijgen. 

 

Bel gratis naar het Centrum voor Kankeropsporing:     0800 60 160

   

 

 

 

Welk risico heb ik om darmkanker te krijgen? 

1 op 20 Vlamingen zal tijdens zijn of haar leven dikke darmkanker krijgen!

 

 

Ongeveer 80% van de vastgestelde darmkankers zijn sporadische vormen: deze darmkankers ontstaan als gevolg van de opeenstapeling van mutaties (beschadiging van DNA) in specifieke genen gedurende het leven. Hoe ouder we worden hoe groter de kans op een darmkanker. Deze sporadisch vorm van darmkanker komt vooral voor op oudere leeftijd (na 50 jaar). 

 

Ongeveer 5% van de darmkankers is erfelijk. Deze erfelijke vormen van darmkanker worden veroorzaakt door een wijziging of mutatie van het erfelijk materiaal. Bij erfelijke darmkanker bestaat er 50% kans dat de erfelijke fout of mutatie wordt doorgegeven van ouder naar kind. Niet iedereen met deze erfelijke aanleg zal darmkanker krijgen, maar de kans is sterk verhoogd.  De meest voorkomende vorm van een erfelijke aanleg voor darmkanker is het Lynch syndroom, gevolgd door familiaire adenomateuze polyposis (FAP).

 

10 to 15% van de darmkankers hebben een familiale achtergrond. In deze families komt darmkanker frequenter voor en dikwijls ook op jonge leeftijd (voor 50 jaar). Bij deze vorm van darmkanker wordt tot op heden geen specifieke afwijkingen of mutaties gevonden in het erfelijk materiaal. Deze families met aanleg voor darmkanker zijn vooral gevoelig voor bepaalde omgevingsfactoren (voeding, leefstijl). Bij familiale darmkanker is het risico om darmkanker te krijgen meer dan 10% en verhoogt het risico naarmate meer familieleden darmkanker hebben en de (jonge) leeftijd waarop de diagnose werd gesteld. 

 

 

Bij vermoeden van erfelijke vorm van darmkanker dient een erfelijkheidsonderzoek te gebeuren, waarbij een grondige analyse van uw persoonlijke ziektegeschiedenis en die van uw naaste familieleden dient te gebeuren, alsook een DNA test op uw bloed en die van uw familieleden en eventueel op bestaand tumoweefsel afkomstig van een operatie. De gespecialiseerde arts in erfelijkheid is een geneticus.

 

 

Kan darmkanker voorkomen worden?

Darmkanker kan niet voorkomen worden, maar er zijn bepaalde factoren die het risico op darmkanker kunnen vergroten!

Risicofactoren die we niet kunnen beïnvloeden: hoge leeftijd, familiale of erfelijke darmkanker, persoonlijke voorgeschiedenis van darmkanker en chronische ontstekingsziekten van de dikke darm (ziekte van Crohn en rectocolitis ulcerosa).

 

Risicofactoren die we wel in de hand hebben: overgewicht, gebrek aan lichaamsbeweging, ongezonde voeding, roken en overmatige alkoholconsumptie. 

 

 

Het verband tussen de hierboven opgesomde levensstijl en het risico op darmkanker is niet altijd duidelijk wetenschappelijk bewezen. Toch is voor vele van deze risicofactoren een verband aangetoond met tumorimmuniteit, angiogenese (ontstaan van nieuwe bloedvaten), motiliteit van de darm, inactivatie van tumoronderdrukkende genen en activatie van oncogenen.

 

Nuttige links: